De geschiedenis van de IJsherberg begint halverwege de 18de eeuw. Dokkum was toen nog niet meer dan een vestingstadje gelegen binnen de Bolwerken. De IJsherberg was een boerderij-herberg en deed dienst als onderkomen voor vermoeide reizigers. De paarden konden worden verwisseld in de “trochreed” en er kon worden gedronken en gegeten in de gelagkamer. In de winter leidde een stropad vanaf de Zuider Ee de schaatsers naar een warm heenkomen in de herberg. Zo is de IJsherberg aan haar naam gekomen.
In 1840 is de “Koninklijke IJsclub Dockum”, de oudste schaatsclub van Nederland opgericht in de IJsherberg. Op de Zuider Ee, voor de herberg, werden schaatswedstrijden georganiseerd. In de volksmond werd de Zuider Ee dan ook de “Hardrijdersgracht” genoemd.
In 1922 werd de IJsherberg eigendom van boer Brouwer. De heer Brouwer was ouderling in de kerk. De familie Brouwer was een groot gezin en veel kinderen uit de buurt kwamen in de IJsherberg spelen. Menigeen heeft leren schaatsen op “It Brouwers sleatsje”.
Na de familie Brouwer heeft Dhr. van der Zee zijn intrede in de IJsherberg genomen. Hij is kunstschilder en had zijn atelier in de herberg. Weggestopt achter vele lagen behang vond Dhr. van der Zee oude tegeltjes in originele staat. Deze tegeltjes zijn nu te bewonderen in de “Blauwe kamer”, de vroegere opkamer, in het restaurant.
Vanaf 1976 was de Openbare Bibliotheek van Dokkum gevestigd in dit pand. De inrichting roept de sfeer op uit deze tijd, ambiance is zoveel mogelijk bewaard gebleven.